Het etiket

Bodyfun Peer

Het beste etiket is geen etiket.

Hoe minder ingrediënten op de verpakking, hoe echter je voedingsproduct. Geen etiket? Dan heb je waarschijnlijk echte voeding in handen!

EHBE (eerste hulp bij etiketten): hoe lees je een etiket ?

Het etiket is je gouden leidraad. Maak er een gewoonte van om je blik niet alleen op de voorkant, maar ook de achterkant van een voedingsproduct te richten. Draai het om en kijk waarvan het gemaakt is.

1. Ingrediënten staan altijd in volgorde van ‘meer gebruikt naar minder’. Het ingrediënt dat het meeste voorkomt, staat dus als eerste. Dat is verplicht. Neem een potje hummus: daar zie je het liefst kikkererwten als eerste, en dus meest gebruikte, ingrediënt staan. Zie je suiker opduiken tussen de eerste drie ingrediënten, dan heb je niet meteen het meest gezonde product vast.

    2. Wist je dat er heel wat verschillende benamingen bestaan voor suiker? Denk aan glucose, fructose, glucose-fructosesiroop, sacharose, sucrose, maltodextrine, dextrose, druivensuiker, invertsuiker, rietsuiker, melasse(stroop), kandijsuiker, kristalsuiker, vanillesuiker … Let erop dat een product ‘geraffineerde suikers’ niet gewoon onder verschillende namen vermeldt. Want daardoor is het percentage suikers verdeeld. En vooral: ze komen achteraan het lijstje – en vallen dus minder op.

    3. Toegevoegd is niet natuurlijk. Neem bijvoorbeeld vitamine C. Je weet dat die vitamine van nature aanwezig is in bepaalde groenten en fruit. En je weet ook dat die je weerstand een groot plezier doet. Dus wordt vitamine C ook toegevoegd aan sommige producten. Maar dan gaat het niet om de echte natuurlijke variant, wel om een chemisch gemaakte variant. Al gemerkt dat er soms op het etiket van frisdrank ook vitamine C prijkt? Dat maakt het natuurlijk niet gezond(er). Je gaat beter voor een stuk vers fruit voor die vitaminen.

    4. Kijk naar de grootte van de portie. De cijfers op een etiket kunnen best oké lijken. Doe de check en kijk of de voedingswaarde geldt per portie en of die portie dan niet erg klein is. Meestal eet je meer van een product dan bijvoorbeeld 40 gram. Een tip: vergelijk producten op basis van de waarde per 100 gram. Dat geeft je een eerlijk beeld.

    5. Kijk naar de voedingstabel, die toont hoeveel energie en voedingsstoffen een product bevat, meestal per 100 gr of per portie.  De belangrijkste onderdelen om op te letten:

    – Energie (kcal/kJ): geeft aan hoeveel calorieën er in een product zitten.

     – Vet: kijk vooral naar de vermelding ‘verzadigd vet’. Te veel daarvan schaadt je gezondheid. Onverzadigde vetten zijn gezonder, maar staan niet altijd apart vermeld.

    – Koolhydraten (waarvan suikers): niet alle koolhydraten zijn slecht. Het zijn de snelle suikers die je moet vermijden. Hoe lager het suikergehalte, hoe beter. Zeker bij producten waarin je geen suiker verwacht.

    – Eiwitten: die zijn belangrijk voor je spieropbouw en verzadiging.

    – Vezels: die zorgen voor een gezonde spijsvertering en een verzadigd gevoel. Helaas kunnen bewerkingen ervoor zorgen dat de vezels (deels) verloren gaan.

    – Zout: teveel zout is ongezond. Weet ook dat 1 gram natrium gelijk is aan 2,5 gram zout. Let goed op de vermelde eenheid.

    Wil je meer weten?

    Neem dan nu contact op voor vrijblijvend advies.